mijn verhaal

Ik ben Meike Obdeijn. Op 12 april 2010 is mijn linker been geamputeerd.
Ik heb mij zelf ten doel gesteld om met rolstoeltennis in 2016 naar de Paralympische spelen te gaan in Rio de Janeiro!

Ik ben altijd sportief geweest en heb van mijn 5e tot mijn 13e gehockeyd. Op mijn 14e, in november 2003, ging het mis bij gymnastiek op school en veranderde mijn leven. Ik kwam op mijn hoofd terecht na een mislukte salto. In eerste instantie leek het mee te vallen, maar toen ik een dag later naar school wilde gaan, kwam ik niet verder dan het station. Alles draaide om mij heen; ik had hoofdpijn, nekpijn, duizelingen en kon geen licht en geluid meer verdragen. Mijn toenmalige huisarts dacht aan een verkrampte spier en adviseerde een paar dagen rust en spierverslappers. Na ruim een maand, lag ik nog steeds in het donker op mijn slaapkamer, zonder enige verbetering. We verhuisden in die periode en dus kreeg ik een nieuwe huisarts, die me na het eerste consult direct doorstuurde naar het ziekenhuis. Nadat daar röntgenfoto’s waren gemaakt, werd ik doorgestuurd naar de neuroloog, omdat er een nekwervel verschoven bleek. De diagnose was een whiplash en er werd fysiotherapie voorgeschreven om de wervel weer op zijn plek te krijgen. Tijdens deze en andere onderzoeken werd ook ontdekt dat ik een aangeboren hartafwijking heb (WPW syndroom).

In totaal ben ik een jaar uit de roulatie geweest en ging ik pas in september 2004 weer naar school. De klachten waren niet verdwenen, maar ik kon wel weer de normale dingen doen. Door de afleiding van het sporten, uitgaan en naar school gaan, kon ik de klachten beter onderdrukken.

Ruim een jaar verder ging het in december 2005 opnieuw mis tijdens een gymnastiekles op school. Ik kreeg daarna langzaam weer soortgelijke klachten. Ik ging steeds moeilijker lopen en viel van mijn fiets. Ik raakte langzaam de controle over mijn lichaam kwijt en kreeg opnieuw pijn in mijn nek en hoofd. Ook had ik veel last van spasmes in verschillende ledematen. Uiteindelijk lag ik verlamd op bed en kon ik alleen mijn rechterarm een klein beetje bewegen. Ik had geen enkel aanrakingsgevoel meer. De artsen konden echter niets vinden en hielden het erop dat het “tussen de oren zat”, met als gevolg dat ik verder geen enkele therapie kreeg voorgeschreven en volledig afhankelijk was geworden van mijn familie. Alleen mijn fysiotherapeuten bleven mij steunen. En zo ging er weer een jaar voorbij, aan huis en bed gekluisterd, zonder normale sociale contacten.
In eind 2007 kwam er dan eindelijk wat verbetering in de situatie. Heel langzaam kwamen spierfuncties weer terug. Alleen één spasme in mijn linkervoet bleef hardnekkig aanwezig. In de zomer van 2008, ik was inmiddels 18 jaar, kon ik voor het eerst zelfstandig staan en voorzichtig weer gaan denken aan lopen. Het spasme in mijn linkervoet was er echter nog steeds en zorgde er voor dat iedere inspanning die ik daartoe deed, een vreselijke pijn en zwaar kneuzing effect veroorzaakte. Dit nam bij iedere therapie toe en daarom kwam ik niet uit mijn rolstoel.

Ik begon het sporten toch wel heel erg te gaan missen. En na wat zoekwerk raakte geïnteresseerd in rolstoeltennis, hoewel ik wel bang was om deze stap te zetten. Aan een invalidesport beginnen, stond voor mij gelijk aan het accepteren dat ik invalide was, terwijl ik juist wilde blijven vechten voor het voorledig functioneren mijn lichaam. Bondscoach Aad Zwaan heeft, tijdens ons eerste gesprek, die drempels weggenomen. De week daarna was ik voor mijn eerste training op de baan onder zijn begeleiding. In een sportrolstoel zitten, met een racket in de hand heen en weer rollen en ook nog de bal zien te raken leek mij een behoorlijk uitdaging. Toch vond ik het heerlijk om in beweging te zijn en het bleek al snel dat ik gevoel had voor deze sport. Zowel mijn trainers als ik werden wekelijks steeds enthousiaster en al snel gingen de trainingsuren omhoog.

Ondanks deze nieuwe afleiding, die mij veel energie en plezier gaf, bleef ik grote klachten houden aan mijn linkerbeen. In de loop van 2009 stond mijn linkervoet in meer dan 90˚ onder mijn lichaam en was hij gezwollen, gekleurd, steenkoud. Ik had verschrikkelijke zenuwpijnen en wonden die open knapten en niet heelden. Er werd gedacht aan dystonie (een vrij zeldzame neurologische aandoening die zorgt voor ongecontroleerde spiersamentrekkingen) en ik kreeg diverse behandelingen om deze aandoening te bestrijden. De medicijnen hielpen niet en ook de botox behandeling om mijn spieren te ontspannen werkte slechts enkele minuten. Mijn voet werd ingegipst in de juiste stand, maar de spasmes zorgden er voor dat ook dit niet lukte. Ik had ondragelijke pijn omdat het spasme in mijn voet bleef proberen de voet te draaien. Het gips werd er na 1 dag weer afgehaald en mijn voet kwam er met blaren en drukplekken weer uit. De pijn werd steeds erger, ik kon geen enkele aanraking meer verdragen. Normale dagelijkse bezigheden werden steeds moeilijker vol te houden, en de nachten waren lang doordat ik nauwelijks sliep. Ook het rolstoeltennis kon ik nog nauwelijks volhouden en ben regelmatig huilend de baan afgegaan.

Uiteindelijk werd dan door de revalidatiearts de diagnose gesteld, waar diverse mensen om mij heen al voor vreesden. Dystrofie. Begin januari 2010 ben ik naar het UMC in Groningen geweest en heb daar gesproken met een psycholoog, fysiotherapeut en een revalidatiearts. De enige vraag die ik hen voorlegde was, of deze aandoening genezen kon worden. Als dat niet het geval was, dan wilde ik mijn been liever laten amputeren, dit was mijn been niet meer. Na een vatenonderzoek in maart 2010, waarbij ik door de pijn mijn bewustzijn verloor, werd mij verteld dat geen enkele behandeling effect zou hebben. En zo viel de beslissing mijn been te amputeren. Ik ging, ondanks dit advies, met een lach op mijn gezicht naar huis. Er was uitzicht op een leven zonder pijn!

Op 12 april 2010 is de zogeheten knie-exarticulatie amputatie uitgevoerd. Na de twee uur durende ingreep werd ik wakker en de pijn was weg, maar ik voelde mijn been nog wel. Met een slaperig hoofd heb ik aan de arts gevraagd of ie er wel af was. Het laken ging omhoog en ik zag dat het echt zo was. Volgens mijn ouders had ik gelijk een geheel ontspannen gezicht, alle pijn was ook uit mijn gezicht verdwenen. De 24 uur na de operatie waren nog wel spannend, omdat ik vanwege de combinatie van de medicatie en mijn hartafwijking een paar keer wegviel.

Een week later mocht ik weer naar huis. Ik voelde me super goed en was na twee weken alweer op de tennisbaan te vinden! Na 5 weken ben ik begonnen met revalideren. Tijdens de tweede fysiotherapie behandeling mocht ik proberen te lopen met een zogeheten ‘opblaasprothese’. En zo liep ik daar, voor het eerst sinds lange tijd en zonder mijn linker onderbeen, tussen de loopbrug heen en weer. Dit was een nieuw keerpunt in mijn leven, met geen pen is te beschrijven hoe gelukkig ik me toen voelde. In de maanden daarna kreeg ik ook een ‘echte prothese, waardoor ik nu weer lopend door het leven kan.
Ik heb mijn leven terug!

Onder begeleiding van oud bondscoach Aad Zwaan werk ik er nu hard aan om mij zelf te ontwikkelen in het rolstoeltennis. In 2011 wil ik nog meer trainen en toernooien gaan spelen, met als ultieme doel de paralympische spelen in Rio de Janeiro in 2016. Verder wil ik in september starten met een studie en probeer ik in aanmerking te komen voor een c-leg (een elektronische prothese). Er is een lange weg te gaan, maar die begint met één stap. Steunt u mij hierin?

Je kunt niet meer reageren.